De Joodse geschiedenis van Sneek
Het begin
In Sneek ontstond vanaf begin 1700 een kleine Joodse gemeenschap. Eerst een handjevol, maar toen het aantal opliep tot zo’n 20 personen, ontstond er een groepsverband. Aanvankelijk werd een deel van een particuliere woning gebruikt als plek van samenkomst. Later kon er zelfs een huis aangekocht worden, waarvan de bovenkamer ingericht werd als synagoge. In 1823 werd grond verworven voor het inrichten van een begraafplaats.
Van huissynagoge naar ‘echte’ synagoge
In 1836 telde de Joodse gemeenschap in Sneek 120 zielen, afkomstig uit 20 gezinnen. Nog steeds een betrekkelijk kleine groep, maar het aangekochte huis werd wel te klein. Het plan werd opgevat een ‘echte’ synagoge te bouwen. Het plan werd uitgevoerd en op 12 maart 1836 werd de nieuwe synagoge ingewijd.
De gemeente bleef klein en het was lastig financieel het hoofd boven water te houden. Bijzonder is toch wel dat veel niet-joodse Snekers financieel bijdroegen aan de bouw van de synagoge en de jaarlijkse collecte van het Armbestuur voor hulpbehoevenden mocht onder alle inwoners van Sneek gehouden worden.
In 1880 werd de synagoge aan de Wijde Burgstraat grondig verbouwd in Neomoorse stijl door de stadsarchitect Breunissen Troost.


Een verdwijnende gemeenschap
Twaalf jaar later telde Sneek 141 joden, daarna begon de achteruitgang. Veel joodse gezinnen verlieten Sneek om in plaatsen waar grotere Joodse gemeenschappen waren te gaan wonen.
De oorlog betekende het einde van de Joodse gemeenschap in Sneek. Er waren nog 68 joden ‘geregistreerd’, waarvan de meeste werden gedeporteerd en vermoord. 25 Sneker joden overleefden de oorlog door onderduik. Een voor Nederland relatief groot aantal, waarin de Sneekse ondergrondse een grote rol heeft gespeeld.
De synagoge werd in de oorlog vernield en na de oorlog bleek heroprichting van de Joodse gemeente in Sneek onmogelijk. De teruggekeerde gemeenteleden werden opgenomen in de gemeente van Leeuwarden.
In 1949 werd, wat van de synagoge nog over was, afgebroken. Een stoffenzaak en magazijn kwam er voor in de plaats… In 1950 werd de Joodse gemeente van Sneek opgeheven. Het aantal joden in Sneek is op dit moment weer zoals dat in begin 1700 was: een handjevol.
Joodse monumenten in Sneek
Het nieuwe monument bij de voormalige synagoge is zeker niet het enige monument dat herinnert aan Joods Sneek.
Struikelstenen
Laten we beginnen met de kleinste monumentjes die op diverse plekken in Sneek te vinden zijn: de Struikelstenen. In het Fries: Stroffelstiennen. De Duitse beeldhouwer-kunstenaar Gunter Demnig bedacht dit Stolpersteine-project. Op de steentjes, die geplaatst zijn voor de huizen waar ooit Joodse Snekers woonden, staat de naam, het geboortejaar en jaar en plaats van overlijden van de bewoner vermeld. Die plaats van overlijden was in de meeste gevallen een concentratiekamp waar deze Joodse burgers van Sneek werden vermoord.
De eerste stenen heeft Demnig geplaatst op 20 april 2009. Het betrof stenen die herinneren aan Jakob, Erna en Lientje Pino aan de Korte Veemarktstraat 7. Jakob en Erna hadden daar een café. Op dinsdag kwamen daar veehandelaren hun zaken afhandelen en een borrel drinken. Mechgelien, roepnaam Lientje, was hun dochtertje. Ze zat de eerste oorlogsjaren op de Montessori School.
De Duitse bezetter besloot in 1941 dat ‘kinderen van Joodse bloede’ van school moesten worden verwijderd en onderwijs moesten gaan volgen op speciale joodse scholen.



Gedicht Strúkelstienen
Henk van der Veer
Strúkelstienen
der lêge strúkelstienen met fan dy moaie glimmende messingplaatsjes
in’e stoep foar ut kafee fan ut ouwe ferlaten Sneker feemerktterrein
kleine strúkelstienen foar Jakob Pino & syn frou Erna Adler
en ok foar hun dòchterke Mechgelien Pino
in ut fan gòdverlaten Auschwitz liep ut spoar van dizze Pino’s doad
gyn teken van leven mear, laat staan hun naam útbeiteld in stien
der lêge strúkelstienen met fan dy moaie glimmende messingplaatsjes
as un skraal earesalút foar fader Jakob & moeke Erna
en foar dy lieve lieve Lientsje nòch mar elf jaar oud
*Informatie over de andere struikelstenen vindt u op:
Het gedeelte over de verwijdering van joodse leerlingen uit het onderwijs is tot stand gekomen door eigen onderzoek in het gemeentearchief dat zich bevindt in Cultuurhistorisch centrum ‘De Tiid’ in Bolsward. (Matthijs Graafland)
Het gedicht Strúkelstienen van Henk van der Veer verscheen in 2015 in de bundel De Dames Pino -en andere fersen over Joadse Snekers.

Drie steentjes voor het café (later café Vellinga) houden de herinnering aan dit gezin levend.

Joodse Begraafplaats
In 1823 liet de Joodse gemeenschap van Sneek een eigen begraafplaats aanleggen op de Barrewier. Dit is een terp die toen buiten de bebouwde kom lag. Inmiddels ligt de begraafplaats tussen de bebouwing aan de Leeuwarderweg en het burgemeester De Hooppark. Op de begraafplaats zijn 96 grafsternen bewaard gebleven, de oudste stamt uit 1823. De begraafplaats is niet vrij toegankelijk.

Monument naast de begraafplaats
Beeldend kunstenaar Dirk Hakze ontwierp een monument ter herinnering aan de Joodse gemeenschap in de stad Sneek. Sinds 2010 staat het naast de ingang van de Joodse begraafplaats.
Door schaduwvorming ontstaat op de vloer van het monument een davidster. Op de Joodse feestdag Jom Kippoer is de ster volledig in verhouding. De twaalf lijnen van de schaduw staan voor de twaalf stammen van Israël voortkomend uit de zonen van aartsvader Jacob. De dertien vlakken die ontstaan door de lijnen staan voor de dertien belangrijkste grondslagen van de Joodse godsdienst, zoals deze zijn geformuleerd door de Joodse filosoof en rabbijn Maimonides.

Gedenkmuur
In de tuin van het stadhuis van Sneek staat een monument waarmee de Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog in Sneek worden herdacht.
Het boogvormige muurtje kwam in 1995 tot stand. Hierop zijn de namen en de geboorte- en sterfdata aangebracht van de omgekomen Joden uit Sneek. Ook worden de plaatsen genoemd waar zij van het leven werden beroofd. Een indrukwekkend en droef stemmend refrein:
Auschwitz -Sobibor-Auschwitz-Sobibor
